Terug naar nieuwsoverzicht 16 september 2019

Een schoonmaker wil als mens worden gezien

Wie kent de naam Cemsto nog en wie weet nog wat die betekent? Cemsto staat voor Chemische en mechanische stofbestrijdingsorganisatie, in de tweede helft van de twintigste eeuw het grootste schoonmaakbedrijf in Nederland, toen bijna een merknaam. Nu na een aantal naamswisselingen opgegaan in een internationale organisatie. Ik begon er als personeelsman, en heb, om de beleving van het werk aan den lijve te ervaren, een aantal maanden elke avond een bankfiliaal in Amsterdam schoongemaakt.

Dat schoonmaken was stevig aanpoten, stofzuigen, prullenbakken legen, bureaus wissen, toiletten poetsen, en dat alles in een langzaam leeglopend pand, van 17.30 tot 20.00, want dan begon het  Journaal. Het eiste een redelijk strakke discipline, de objectleidster had haar ogen niet in haar zak en de klant kon je bijna aanraken. Wat ik niet meer vergeet, is dat best veel bankmedewerkers, die meestal hun werk aan het afsluiten waren, vrijwel geen notie namen van mijn aanwezigheid: ik was een soort  non-person. Soms werd een vertrouwelijke conversatie, over klanten, of over een gekruid seksueel onderwerp ( #metoo bestond nog niet), gewoon hardop vervolgd als ik de kamer binnenkwam: dat zou toch wel boven mijn pet gaan. En tijdens de (korte!) koffiepauzes hoorde ik over dezelfde ervaring van schoonmaakcollega’s, zij waren er aan gewend.
In 2011 hebben de vakbonden in Nederland massale stakingen van de schoonmakers weten te organiseren, en met onder meer ‘mars voor respect’ en  sit-in  acties in het Centraal Station Utrecht hebben ze de schoonmakers een gezicht gegeven. Ik werkte toen als personeelsdirecteur bij de NS, die hard getroffen werden door de stakingen. Na dertig jaar in andere branches te hebben gewerkt, werd ik weer volop geconfronteerd met de schoonmaaksector.

Schrijnend achtergebleven

In de tussenliggende jaren was de uitbesteding sterk voortgeschreden, en had een niet gereguleerde marktwerking geleid tot een uitholling van de kwaliteit (klanten), de marges (bedrijven) en het vakmanschap (werkdruk schoonmakers). Ik schrok van de verschillen met mijn eigen ervaringen uit het begin van mijn loopbaan: de productiviteit (bijvoorbeeld het aantal vierkante meters per uur dat schoongemaakt moest worden) was bijna verdubbeld, het aantal medewerkers per leidinggevende was meer dan verdubbeld en het respect voor de mens achter de schoonmaker, voor zijn of haar vakmanschap, was schrijnend achtergebleven bij andere beroepen.

Wijzelf, NS, schrokken ook toen we zagen hoe de verblijfsruimtes in de stations voor de schoonmakers eruit zagen. Ik ben door de vakbond meegenomen naar het CS in Amsterdam en trof in de krochten, onder de rails, een donker hol, al jaren lekkend, met kromgetrokken oude tafels en gammele stoelen, en een doorgebrand koffieapparaat. Niemand van NS wilde zoiets, maar het kon gebeuren, omdat het werk was uitbesteed en omdat de verantwoordelijkheid voor een fatsoenlijk sociaal beleid ver uit het zicht van de opdrachtgever was geraakt.

We hebben die verblijfsruimtes, ook in alle andere stations waar dat aan de orde was, binnen een week opgeknapt. Maar ook goed geluisterd naar de werkgevers en de vakbonden die zeiden: we hebben jullie in je rol als opdrachtgevers nodig om in de markt, waar de contracten gesloten worden, de negatieve prijs- en kwaliteitsspiraal een halt toe te roepen. Met een aantal grote opdrachtgevers (waaronder NS, Schiphol, Rijksoverheid, Erasmus MC, ROC Friese Poort) hebben we vervolgens, samen met vakbonden, werkgevers en intermediars de Code Verantwoordelijk Marktgedrag in het leven geroepen.

Verantwoordelijkheid aan de voorkant

Met de Code nemen we invloed om marktgedrag te beïnvloeden: meer verantwoordelijkheid aan de ‘voorkant’ om de ruimte voor fatsoenlijk sociaal beleid aan de ‘achterkant’ mogelijk te maken. En daarmee zitten we ook midden in de flexdiscussie. Heel veel werk wordt tegenwoordig uitbesteed (catering, beveiliging, projectverhuizing, schoonmaak, glazenwasserij, etc). Dat betekent dat die diensten worden ingekocht op de markt. En marktwerking gaat niet vanzelf goed. Je moet zorgen dat er bij dienstverlening geen mensen ‘als pakjes over de heg gezet worden’. Als opdrachtgevers zich mede verantwoordelijk blijven voelen voor wat er ‘achter de knip’ (van de uitbesteding) gebeurt, dan gaat het echt beter met de werknemers en ook met de kwaliteit van de dienstverlening. Dat is onze ervaring na acht jaar Code Verantwoordelijk Marktgedrag.

Eigenlijk is het eenvoudig. Het gaat erom dat je altijd de mensen blijft zien achter de contracten, achter de  key performance indicators, achter de marktspelers. Willen we in Nederland duurzame arbeidsverhoudingen, dan moeten we willen zorgen dat branches in facilitaire dienstverlening goede banen kunnen scheppen, opleidingen kunnen verzorgen, goed sociaal beleid voeren, en niet in de markt met de rug tegen de muur gezet worden. Goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap is nodig, en het begint met de menselijke maat.

In dit gedicht is mijn hartekreet vanuit de Code verwoord:

laten we opletten
al deze mensen 
horen bij ons
ze werken bijna
ongezien ze verwachten
geen glorie ze eten
van dezelfde tafel
al deze mensen
warmen zich
ze schuilen onder
ons dak ze hopen
op morgen ze openen
dezelfde deuren
al deze mensen
ademen lucht
ze leven op
aarde ze geloven
onze woorden ze zoeken
hetzelfde geluk
laten we opletten
Kees Blokland, oud-directeur HR bij Hoogovens, Hoechst en NS is actief in het Doopsgezind Seminarie, de Code Verantwoordelijk Marktgedrag, Goede Doelen Nederland en als coach, mediator en dichter.